Zorgtrajecten: aanpassing termijn consultatie bij specialist

Zorgtrajectpatiënten moe(s)ten minstens één maal per jaar op consultatie bij de specialist, maar het RIZIV en de mutualiteiten versoepelen deels deze regel: vanaf 1 februari 2015 wordt het zorgtraject niet meer stopgezet als de patient binnen de 6 maanden na het verstrijken van de termijn toch nog naar de specialist gaat.

Jaarlijkse consultatie bij de specialist

In het verleden hebben de ziekenfondsen een aantal zorgtrajecten stopgezet omdat de patient niet voldeed aan één of meerdere voorwaarden voor de jaarlijkse verlenging van het zorgtraject. In meer dan de helft van de gevallen gebeurde de stopzetting omdat er geen jaarlijks contact was met de specialist (patiënten met een zorgtraject moeten minstens één maal per twaalf maanden op consultatie bij de specialist). Soms was dit het gevolg van omstandigheden buiten de wil van de patient, bijvoorbeeld omdat een afspraak niet kon doorgaan en een nieuwe afspraak niet meer tijdig kon worden ingepland.

Nieuwe regeling

Omwille van bovenstaande reden (en de hoop op minder stopzettingen) hebben de ziekenfondsen naar een oplossing gezocht. Vanaf 1 februari 2015 is een nieuwe regeling van toepassing. De referentieperiode waarop de ziekenfondsen nagaan of er een contact met de specialist was, wordt verlengd met 6 maanden en loopt dus over een periode van 18 maanden. Er is dus een nieuwe ‘tolerantieperiode’, maar het RIZIV wenst te benadrukken dat het pricipe hetzelfde blijft: het blijft de bedoeling dit bezoek jaarlijks in te plannen.

De referentieperiode voor de controle van de contacten met de huisarts (minstens 2 contacten per 12 maanden) blijft ongewijzigd.

De voorwaarden voor jaarlijkse verlenging op een rijtje

De voorwaarden voor de jaarlijkse verlenging van het zorgtraject zijn dus vanaf 1/02/2015: 

1) een GMD (globaal medisch dossier) bij de huisarts die het zorgtraject ondertekende;

2) per jaar (periode van 12 maanden vanaf de start- of verjaardatum van het zorgtraject) minstens 2 contacten (raadpleging of huisbezoek) met de huisarts;

3) binnen een periode van 18 maanden minstens 1 contact (raadpleging, toezichtshonorarium tijdens hospitalisatie, forfait dialyse in ziekenhuis) met de specialist (al moet het de bedoeling zijn dit jaarlijks in te plannen).