Nieuwe visie op chronische zorg

De ministers bevoegd voor gezondheidszorg lanceerden begin februari het hervormingsplan van de zorg voor chronisch zieken. De nadruk ligt daarbij op geïntegreerde zorg.

In België hebben bijna drie mensen op tien ouder dan 15 jaar (28,5%) een chronische aandoening of een handicap. Van deze 2,5 miljoen mensen heeft ongeveer één miljoen het statuut van chronisch zieke bij het Riziv. Een cijfer dat – met de vergrijzing van de bevolking – logischerwijze toeneemt. Chronisch ziek zijn betekent een zware last voor de patiënt en zijn omgeving. Uiteraard omwille van de ziekte zelf, maar daar bovenop ook omwille van de vaak zware financiële last die dit met zich meebrengt.

Om het de chronische patiënten en hun familie iets minder zwaar te maken, stelden de ministers van Volksgezondheid van de federale regering (Maggie De Block) en van de deelstaatregeringen (Jo Vandeurzen, Didier Gosuin en Maxime Prévot) dinsdag een nieuwe visie voor op geïntegreerde zorg voor chronisch zieke patiënten. Ze hebben daarmee een driedubbel doel voor ogen: een hogere levenskwaliteit voor patiënten en mantelzorgers, het doeltreffender inzetten van de beschikbare middelen en ervoor zorgen dat de bevolking langer gezond leeft.

“Een verbeterde zorg voor chronisch zieken is één van de krachtlijnen van mijn beleid”, zegt federaal minister van Volksgezondheid Maggie De Block. “Ik wil er alles aan doen om deze patiënten zo goed mogelijk te verzorgen en daarom moeten we hervormen. Anders zorgt de enorme kost er voor dat we ons sociale zekerheidsysteem niet kunnen volhouden.” Volgens Vlaams minister Jo Vandeurzen is de logische weg dan die van de geïntegreerde zorg waarbij zorg en welzijn de krachten bundelen. Als leidraad voor hun nieuwe visie gebruikten de ministers het rapport 190 van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). “We moeten streven naar multidisciplinaire, gedeelde verantwoordelijkheid in de plaats van naar specifieke plannen per zieke. En we moeten werken aan geïntegreerde modellen waarbij de behoeften van de patiënt centraal staan. De patiënt moet als de belangrijkste actor worden beschouwd en de zorgverleners moeten voortbouwen op zijn capaciteit tot zelfredzaamheid”, aldus de ministers. 

Uit een grootschalige bevraging van zorgverstrekkers en patiënten tijdens de twee voorbije maanden blijkt er op het terrein een groot draagvlak te bestaan voor de nieuwe aanpak en doelstellingen. Zowel zorgverstrekkers als zorgaanbieders zijn vragende partij voor een geïntegreerde zorg voor chronische patiënten.

De nieuwe visie moet via vier wegen bereikt worden. In de eerste plaats door initiatieven rond de patiënt. Door de patiënt meer informatie te geven, worden zijn mogelijkheden versterkt.

Een tweede as is de multidisciplinaire samenwerking. Door samen te werken zal bijvoorbeeld de overgang van een ziekenhuisopname naar thuisverpleging veel makkelijker verlopen. De patiënt wordt er beter van en de kosten zullen dalen. Essentieel hierbij is de toegang tot het elektronisch patiëntendossier.

Zorgverstrekkers moeten weten hoe een optimaal zorgproces er uitziet om doeltreffend te kunnen voorzien in de noden van een chronisch zieke. Daarbij moeten ze aandacht hebben voor de kwaliteit van de zorg en de kwaliteit van het leven van de patiënt. De tevredenheid van de patiënt en de kwaliteit van de geleverde zorg zullen daarom voortdurend geëvalueerd worden.

Ten slotte willen de ministers de aantrekkelijkheid van de zorgberoepen vergroten. Ze moeten kunnen rekenen op een correcte omkadering, onder meer door het voorzien van opleidingen. Daarbij moet over de grenzen van de beroepsgroepen heen gewerkt worden.

Op 2 februari stelden de ministers de gids ‘Geïntegreerde zorg voor een betere gezondheid’ voor en lanceerden ze een oproep aan zorgverstrekkers om proefprojecten in te dienen die binnen de principes van geïntegreerde zorg vernieuwende concepten of modellen opzetten en uittesten. Details over de voorwaarden waaraan projecten moeten voldoen, staan op www.chroniccare.be.

(Tekst integraal overgenomen van Domus Medica)

Het LMN is één van de partners die verplicht bij elk pilootproject in de regio betrokken moet worden. De komende maanden zullen we dan ook in de Gentse Regio overleg plegen met andere (verplichte) partners. Indien u hier meer informatie over wenst te krijgen, dan kan u steeds het LMN contacteren.