Nieuwe overeenkomst RIZIV - gespecialiseerde diabetescentra: impact op de 1e lijn

Op 1 juli 2016 trad een nieuwe diabetesovereenkomst in werking. In dit artikel vatten wij de bepalingen met impact op de 1e lijn samen.


Brief naar huisartsen


Diabetesovereenkomst

In België bestaat er sinds 1987 een diabetesconventie voor volwassenen. Dit is een overeenkomst tussen het RIZIV en verschillende diabetescentra die de tegemoetkoming regelt in de kosten voor de begeleiding van volwassenen in een gespecialiseerd centrum. De overeenkomst geldt voor patiënten die zelf regelmatig hun glucosegehalte meten en in functie van de resultaten zelf hun insulinedosissen aanpassen. De centra bezorgen de patiënten het materiaal dat ze nodig hebben om hun glucosegehalte te bepalen. Ze leren de patiënt ook het materiaal correct te gebruiken.

Het verzekeringscomité van het RIZIV keurde recentelijk een nieuwe overeenkomst goed met de gespecialiseerde ziekenhuiscentra voor de behandeling van volwassen diabetici. De overeenkomst trad in werking op 1 juli 2016 en is geldig tot en met 30 juni 2018.

In de overeenkomst worden verschillende groepen van rechthebbenden opgenomen. De ‘oude’ conventiegroepen 1, 2 en 3 en de respectievelijke onderverdelingen verdwijnen. In de nieuwe conventie is er een groep A, B en C voorzien:

  • groep A (patiënten met type 1 diabetes met complexe injectietherapie),

  • groep B (patiënten met type 2 diabetes, met complexe injectietherapie) en

  • groep C (enkele uitzonderingen + patiënten met type 2 diabetes, met 2 of meer injecties én met multimorbiditeit)

Om in aanmerking te komen voor begeleiding in en gespecialiseerd centrum voor volwassenen, moet men 16 jaar of ouder zijn. Kinderen en adolescenten die jonger zijn dan 16 jaar kunnen begeleid worden door ziekenhuizen met een dienst voor de begeleiding en educatie van kinderen en adolescenten. In Gent heeft alleen het UZ Gent een dergelijk kinderdiabetescentrum.

Groep C

De nieuwe diabetesovereenkomst voor de tweede lijn heeft ook een impact op de zorgtrajecten diabetes type 2.

Tot 1 juli 2016 kon een patiënt met 2 injecties per dag opgenomen worden in een zorgtraject diabetes type 2 óf in groep 3A van de diabetesovereenkomst.

Vanaf 1 juli 2016 kunnen patiënten met 2 injecties per dag enkel nog tijdelijk opgenomen worden in groep C van de diabetesovereenkomst én op voorwaarde dat zij ook multimorbiditeit vertonen (het zich voordoen van een ernstige medische situatie naast de diabetes, bijvoorbeeld een oncologische aandoening, COPD met frequent wisselende corticoïden, nieuwe diagnose van diabetes ná een acuut myocardinfarct (AMI), CVA, …). Na voorafgaandelijk overleg tussen de huisarts en de specialist kunnen deze patiënten dan tijdelijk, meestal niet meer dan 6 maanden, in groep C van de diabetesovereenkomst ten laste genomen te worden. Deze tijdelijke conventie is bijvoorbeeld van toepassing bij een tijdelijke ontregeling door een cortisonebehandeling, of ontregeling in het kader van chemotherapie bij kanker.

Het aanvraagformulier wordt door de conventie ingevuld, maar wanneer de huisarts het aangewezen vindt om een patiënt te includeren in groep C, kan hij deze vraag op het voorschrift vermelden, of telefonisch overmaken.

De ‘ nieuwe’ patiënten met diabetes type 2 en 2 injecties (zonder multimorbiditeit), die nog in geen enkel programma opgenomen zijn, kunnen niet meer opgenomen worden in een diabetesovereenkomst en  zullen moeten opgenomen worden in een zorgtraject diabetes type 2.

De patiënten met diabetes type 2 die reeds voor 1 juli opgenomen waren in groep 3A van de overeenkomst, maar geen multimorbiditeit hebben en dus niet beantwoorden aan de nieuwe doelgroep C, kunnen nog gevolgd worden in het diabetesconventiecentrum tot de einddatum van hun lopend akkoord voor de diabetesovereenkomst. Uiterlijk op die einddatum zullen deze patiënten moeten overschakelen naar het zorgtraject diabetes type 2. Dit betekent dat er een overgangsperiode is van één jaar waarin de patiënten van groep 3A van de overeenkomst gespreid , in  functie van de einddatum van hun diabetesovereenkomst, zullen moeten overschakelen op een zorgtraject diabetes type 2. Omdat het gespecialiseerd centrum zicht heeft op de einddatum van het contract, zullen zij een zorgtrajectcontract meegeven.

Aan de huisarts wordt gevraagd om voor de zorgtrajectpatiënten een diabeteseducator in de 1ste lijn aan te duiden.

Opmerking: vroeger moesten bepaalde patiënten een diabetespas hebben om te kunnen opgevolgd worden in de centra. Sinds 1 februari 2016 is dit niet meer nodig.

Een GMD voor elke (diabetes)patiënt

Het Globaal Medisch Dossier (GMD) is reeds verplicht voor patiënten met een zorgtrajectcontract of voortraject. Met de nieuwe diabetesovereenkomst wordt het afsluiten van een GMD bij de huisarts voor iedereen die opgenomen is in een diabetesconventie een verplichting. Of de rechthebbende dient ingeschreven te zijn in een Medisch huis. Indien de patiënt nog geen GMD heeft, kan hij/zij voorlopig in een gespecialiseerd centrum behandeld worden, in afwachting van het openen van een GMD.

Aan huisartsen willen we dus vragen om er aandachtig voor te zijn om voor elke (diabetes)patiënt een GMD af te sluiten.

Communicatie 1e-2e lijn en wederzijdse ondersteuning 

Het is van essentieel belang dat er een nauwe en regelmatige samenwerking bestaat tussen het diabetesteam van de gespecialiseerde centra en de huisarts. Deze samenwerking houdt minstens in dat het diabetesteam de strategie die tot individuele diabeteszelfregulatie moet leiden, samen met de rechthebbende en zijn huisarts uitwerkt én dat het diabetesteam jaarlijks een behandelingsplan overmaakt aan de huisarts. Bij belangrijke therapiewijzigingen dient de huisarts middels een verslag op de hoogte gebracht te worden. Verder dient minstens jaarlijks een uitgebreid verslag over de toestand van de rechthebbende naar de huisarts verzonden te worden. Het diabetesteam dient zich ook actief te engageren in de bijscholing over diabetes van de huisartsen waarmee het samenwerkt. De middelen die de overeenkomst voorziet zijn tevens voor overleg, coaching en bijscholing van de 1e lijn (huisartsen, eerstelijnseducatoren, diëtisten, podologen, …).

Het diabetesteam dient, tijdens de normale werkuren, ook buiten de uren van de raadpleging, zelf een opvang te organiseren om telefonische oproepen of oproepen per e-mail, van de rechthebbenden, hun naaste omgeving en de eerste lijn, inclusief de apotheker, te beantwoorden.

Van de huisarts wordt verwacht dat hij feedback aan het diabetesteam verstrekt over de evolutie van de toestand van de rechthebbende en de mate waarin de rechthebbende het behandelingsplan naleeft.

Nieuwe methode om glucosegehalte te bepalen

Vanaf 1 juli 2016 kunnen patiënten in de centra ook het materiaal verkrijgen om het glucosegehalte te bepalen via de ‘sensor-meting’ (naast de vertrouwde vingerpriktest). Bij sensor-meting wordt de glycemie continu gemeten door middel van een sensor onder/op de huid en doorgezonden naar een afleestoestel van waaruit de gemeten glycemiewaarden kunnen gedownloaded worden.

Op basis van de bestaande overeenkomst wordt alleen het materiaal terugbetaald om de glycemie te bepalen via de vingerpriktest. Vanaf 1 juli 2016 betaalt het ziekenfonds aan type 1-diabetici (dus voor patiënten in groep A) het materiaal terug om de bloedsuikerspiegel te meten door een sensor op de huid. Voor patiënten uit groep B is er een gedeeltelijke terugbetaling, voor patiënten in groep C op heden (nog) niet. Het materiaal kan enkel via ziekenhuizen worden aangekocht. Vanaf 1 augustus krijgen ook kinderen en adolescenten met diabetes type 1 de sensorpleisters terugbetaald (er geldt een minimumleeftijd van vier jaar).

De rechthebbenden kunnen er, in overleg met het diabetesteam, voor opteren om hun glycemie ofwel te bepalen via de vingerpriktest ofwel via de sensor-meting.

Verstrekkingen i.h.k.v. de zorgtrajecten

De gespecialiseerde centra kunnen bepaalde specifieke prestaties realiseren en aanrekenen voor zorgtrajectpatiënten of voor patiënten die van plan zijn een dergelijk contract af te sluiten.

  • Ambulante educatie van patiënten met een zorgtraject diabetes door het educatorenteam van een geconventioneerde inrichting, op voorschrift van de huisarts

    • Dit omwille van de complexe medische toestand van de rechthebbende, ofwel omdat het aanbod aan eerstelijnseducatoren ontoereikend is

    • Het voorschrift van de huisarts dekt een periode van 12 maanden educatie en moet duidelijk vermelden dat het een voorschrift betreft voor ambulante educatie door een geconventioneerde inrichting.

  • Materiaalforfait binnen het kader van een zelfregulatieprogramma in geval van hospitalisatie van patiënten zonder bestaand zorgtraject die de intentie hebben om een zorgtrajectcontract af te sluiten na hun ziekenhuisopname (het ziekenhuis geeft dan bij ontslag een zorgtrajectcontract mee).

Voor gehospitaliseerde zorgtrajectpatiënten of gehospitaliseerde patiënten met de intentie om een zorgtraject af te sluiten zullen voortaan geen afzonderlijke educatieverstrekkingen meer kunnen worden aangerekend. De diabetesteams kunnen deze prestaties dus niet meer apart factureren, maar worden hiervoor wel vergoed via de financiering van de diabetesovereenkomsten.

In het kader van de zorgtrajecten stuurt de conventie steeds een verslag over de educatie naar de huisarts.

 

Meer informatie over de nieuwe diabetesovereenkomst kan u via deze link vinden.