Beweging in de eerstelijnszorg: het Zweedse model

“Beste patiënt, voor jouw gezondheid zou het echt goed zijn als je meer gaat bewegen.” Een eenvoudige boodschap die artsen in theorie dagelijks kunnen uitspreken. Heeft zo’n aansporing zin bij inactieve patiënten? Niet als garantie op gedragsverandering, wel als eerste duwtje in de rug. Om beweging duurzaam te verankeren in ons gedrag, biedt Bewegen Op Verwijzing goede kansen. Dat illustreert een review van de Zweedse variant.

Attitude en intentie

Eén zin volstaat niet om het gedrag bij te sturen. Maar een positieve attitude en intentie tegenover meer bewegen vergroot de kans op verandering.

Het Zweedse model

Een systematische review van een Zweeds model voor inactieve patiënten brengt goed nieuws. Begeleiding binnen een Bewegen-Op-Verwijzing-traject naar Zweeds model wérkt! 

Het Zweedse model bevat volgende 5 kernelementen.

  1. Geschreven voorschrift
  2. Persoonsgerichte coaching
  3. Follow-up
  4. Ondersteunend netwerk buiten de zorg
  5. Beweegrichtlijnen per pathologie op basis van wetenschappelijke bewijzen. 

Bovenstaande kernelementen worden ook grotendeels toegepast in Bewegen Op Verwijzing in Vlaanderen. De huisarts geeft een geschreven verwijzing (1) aan de patiënt. De patiënt krijgt coaching die echt op hem als persoon gericht (2) is. Hierna is er een ruime mogelijkheid voor follow-up (3). Dit alles is ingebed in een intersectoraal netwerk (4) waarbij men de brug slaat tussen het lokaal bestuur, beweegaanbod en de eerste lijn. De aanbevelingen per pathologie (5) zijn in Vlaanderen minder concreet dan de beweegrichtlijnen per pathologie in Zweden. Maar de ondersteuningstool voor een verwijsbrief helpt huisartsen wel veilig door te verwijzen bij verschillende pathologieën.

Die eerste aansporing tot bewegen "Beste patiënt, voor jouw gezondheid zou het echt wel goed zijn als je meer gaat bewegen” kan een duwtje in de goede richting zijn!

Bron: https://www.gezondleven.be/nieuws/beweging-in-de-eerstelijnszorg-het-zweedse-model